80 jaar harmonie – een leven vol muziek, vriendschap en mooie verhalen. Dit verhaal is opgetekend en geschreven door Marielle en Petra, de dochters van Thom Cloosen.
Sommige mensen zijn niet zomaar lid van een vereniging. Ze worden er een stukje van. Ze groeien ermee op, beleven er lief en leed, maken vrienden voor het leven en verzamelen herinneringen die ze nooit meer vergeten.
Muziek was voor pap zijn lust en zijn leven. Een leven zonder muziek kon hij zich niet voorstellen. Bij ons thuis was er altijd muziek op de radio of op tv. Hij maakte Mariëlle en mij duidelijk wat een bevoorrecht mens je bent als je een instrument goed kunt bespelen. Bij Mariëlle kostte hem dat wat meer moeite. Zij was liever met andere dingen bezig, dan een instrument bespelen. Bij Petra is het hem beter gelukt. Zij maakte jaren later van haar hobby haar beroep en studeerde af als docerend en uitvoerend musicus aan het Conservatorium van Maastricht.
Zijn verhaal met de harmonie begon al kort na de oorlog, maar eigenlijk lag de basis nog eerder. Opa van Halfwaeg en pap waren allebei lid van de schutterij, waar ze beiden de trommel bespeelden. Toen er na de oorlog in het dorp een oproep kwam om een harmonie op te richten, hoefden ze dan ook niet lang na te denken. Ze meldden zich beiden aan.

Opa bleef trommelen, ook bij de Harmonie, terwijl pap, nog zo jong als hij was, begon met het bespelen van een bugel. De lessen werden in die tijd gegeven door de dirigent van de harmonie, Dhr Van Pol uit Brachterbeek.
Zaal Richter werd em bleef tot in lengte van jaren, het thuisfront van de Harmonie.
De instrumenten werden volgens pap gekocht in Eindhoven bij Schenkelaars.
Pap vertelde vaak met veel plezier over die beginjaren. Over hoe er ineens een harmonie was die de jaarlijkse processie muzikaal begeleidde. Over muzikanten die geen noot konden lezen en dan maar gewoon op goed geluk meespeelden.

Dat hij als jong menke op solistenconcours ging in de omgeving. Ik vroeg hem ooit of hij nog wist welke solo hij toen speelde. Ja zeker, antwoordde hij, “Dans der teddy beren” en ik werd aan de piano begeleid door mevr. Cuypers v Neer!
De concerten, die in die tijd meestal in een tent werden gegeven, de vele concoursen en het WMC in Kerkrade, die pap allemaal heeft mogen meemaken.
Ongeacht het resultaat was de day after het hoogtepunt van het concours. In de vroege jaren trok men met de kar door het dorp en werd er bij elk café gestopt. De ochtend begon met verzamelen bij café Richter, waar eerst spek met ei werd genuttigd.
Toen pap wat ouder werd, stapte hij over van de bugel naar de bariton. En zo lang als ik mij kan herinneren, speelde hij met ontzettend veel plezier op de bastuba.
Tijdens zijn diensttijd had hij het snel gezien, geen soldaatje spelen maar lekker muziek maken bij de kapel van de Limburgse jagers. Hij vertelde er vaak over hoe geweldig hij dit vond en dat hij hier muziekvrienden voor het leven heeft gemaakt.
Een bijzonder trots moment was de dag waarop hij van de harmonie zijn Hirsbrunner mocht uitzoeken. Voor wie niet zo thuis is in de wereld van de blaasinstrumenten: dat zijn de Ferrari ’s onder de bastuba’s! Vrijwel alle grootheden op de bastuba spelen op een Hirsbrunner, dus dat was niet zomaar een instrument. Deze is destijds aan de harmonie geschonken door de baggerbedrijven.
Pap wilde zijn instrument zo goed mogelijk kunnen bespelen, hij nam er zelfs extra lessen voor en belde een van zijn klanten van Adams op die zelf ook op een Hirschbrunner speelde. Dankzij zijn werk bij Adams wisten muzikanten van heinde en verre hem te vinden wanneer er bij een harmonie of fanfare ergens een bastuba ontbrak.
Toen pap en mam in 1965 trouwden, gingen ze wonen in hun zelfgebouwde huis aan Halfweag. En wie pap een beetje kent, weet dat hij nooit stil kon zitten. Hij toverde de garage om tot repetitieruimte. Hij vond namelijk dat de jeugd van toen, Gerard Coolen, Frans Theunissen en consorten, best wat sneller mochten meekomen in de harmonie.
Maar ja, de jeugd van toen was blijkbaar geen haar beter dan die van tegenwoordig! Op repetitiedagen stuurde pap mam er op uit om sigaretten in huis te halen. Voordat er ook maar één noot gespeeld kon worden, moest er eerst gerookt worden. Zonder sigaretje geen klank, zo leek het wel. Na een kwartiertje spelen was het alweer pauze. De instrumenten gingen op de schoot, de sigaretten kwamen opnieuw tevoorschijn en pap deelde ze maar uit om de bende aan het spelen te houden.
Gerard Coolen vertelde het onlangs nog aan tafel bij pap: “Sigaretjes oetdeile hé Thom, anges begoste weer neet!” Mam heeft later vaak verteld dat de garage na zo’n repetitie helemaal blauw stond van de rook. Het duurde soms dagen voordat de sigarettenlucht eindelijk weer verdwenen was. En net wanneer de geur uit de garage was getrokken, stond de volgende repetitieavond alweer voor de deur.
In die beginjaren gebeurde er tijdens repetities en optredens heel wat. Pap kon daar smakelijk over vertellen. En wij? Wij hebben sommige verhalen tientallen keren gehoord, maar ze verveelden nooit.
Zo vertelde hij over Joost Indemans, die tijdens het uittrekken van de harmonie in het dorp, ineens achter op de fiets sprong bij een knap meisje. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, toeterde hij vanaf het fietsstoeltje gewoon zijn partij verder mee!
Of die keer tijdens een concours, toen een trombonist zijn schuif niet goed had vastgezet. Midden onder het spelen vloog de schuif uit de trombone en viel zo van het podium af.
En dan het verhaal van topdirigent Sef Pijpers, die ter ondersteuning van de toenmalige dirigent repetities kwam geven ter voorbereiding op het concours. Het was gebruikelijk om een concours te beginnen met een inspeelwerk, gevolgd door het verplichte werk en een keuzewerk. Toen de speaker omriep dat Harmonie St. Stephanus uit Stevensweert mocht beginnen met het inspeelwerk, richtte Pijpers zich tot de jury en riep: “Ze beginnen gelijk met het verplichte werk een inspeelwerk kunnen ze niet!”
Maar liefst twee jaar achter elkaar werd de harmonie, met deze extra dirigent, Limburgs kampioen!

Of het verhaal van meester Theunissen.
Pap schreef met drie potloden tegelijk strafwerk voor vriendjes uit zijn klas en verkocht dit voor een paar cent. Toen hij zelf een keer straf had, vertikte hij het om te schrijven. Het bracht hem namelijk niets op. Meester Theunissen, die in het bestuur van de harmonie zat, sprak hem streng toe. “Waarom heb je geen strafwerk geschreven?” Pap antwoordde: “Meester, ik had er geen tijd voor. Ik heb heel goed geoefend op mijn instrument voor de harmonie.” De meester, die een groot fan was van de harmonie, vond dit een goed alternatief en schold zijn strafwerk kwijt.
Als pap aan zulke voorvallen terugdacht, verscheen er steevast een brede glimlach op zijn gezicht. Je hoorde het plezier waarmee hij de verhalen vertelde en zag hem soms opnieuw schaterlachen om iets wat jaren geleden was gebeurd.
Binnen de harmonie was er een boerenkapel waarvan pap de ‘dirigent’ was. Met de kermis en carnaval traden ze op in het dorp, maar regelmatig trokken ze er ook buiten het dorp erop uit. Ik heb hem weleens gevraagd waar hij het dirigeren had geleerd. Lachend zei hij dan: “Ik deed maar wat. Ik had gevoel voor ritme en wist inmiddels dat mijn hand altijd omlaag moest bij de eerste tel van de maat.”
Pap vertelde vaak hoe gezellig die tijd was. Samen muziek maken, plezier hebben, ergens optreden en natuurlijk ook na afloop nog even napraten. Het hoorde er allemaal bij. In al die jaren maakte hij heel wat mee en zag hij de harmonie veranderen. Hij speelde onder leiding van alle dirigenten die vanaf die tijd tot op heden de revue passeerden. Het waren er maar liefst 7
De harmonie veranderde door de jaren heen, maar voor pap bleef de liefde voor de muziek en de vereniging altijd hetzelfde. Meer dan 75 jaar lang was de dinsdagavond voor pap heilig. Repetitieavond was repetitieavond. Daar kwam niemand aan! En zoals hij thuis op dinsdagavond altijd tegen mam zei: “Alleh Annie, ich goan efkes noa ’t hermenieke.” Hij ging er met plezier naartoe. Om zijn partijtje te spelen, om zijn muziekvrienden te ontmoeten en om na afloop aan de ronde tafel samen met zijn vrienden nog een potje bier te drinken. Want een harmonie bestaat niet alleen uit noten, instrumenten en dirigenten. Een harmonie bestaat vooral uit mensen. Uit vriendschappen die jarenlang standhouden, uit herinneringen die je samen maakt en uit verhalen die steeds opnieuw worden verteld. En juist dat maakte de harmonie voor pap zo bijzonder.
Helaas is er een moment gekomen waarop pap zijn instrument niet meer kan bespelen. Het is fysiek te zwaar geworden. Na al die jaren, al die repetities, concerten, optredens en bijzondere momenten heeft hij noodgedwongen zijn bastuba moeten neerleggen. Maar zijn liefde en betrokkenheid voor de harmonie is daarmee niet verdwenen. Hij blijft de vereniging een warm hart toedragen. En gelukkig zijn er nog altijd de vrienden van de ronde tafel die hem regelmatig een bezoekje brengen. Dan komen de verhalen van vroeger vanzelf weer boven.
Een leven lang muziek, een leven lang vriendschappen en een schat aan verhalen.
Sommige mensen bespelen niet alleen een instrument.
Sommige mensen zijn zelf een stukje muziekgeschiedenis.
En pap is daar zonder twijfel één van!


